Alcoholwetgeving
Historie in alcohol wetgeving
Belangrijkste maatregelen sinds 1974
Pas in het begin van de jaren zeventig werd in Nederland duidelijk hoe groot de invloed van alcoholgebruik op de verkeersveiligheid was, vooral als gevolg van de toen voor het eerst uitgevoerde onderzoeken naar het alcoholgebruik onder automobilisten. Sindsdien is een groot aantal maatregelen getroffen om het rijden onder invloed te bestrijden. De belangrijkste daarvan zijn:
1974
Op 1 november 1974 werd in Nederland voor het eerst een wettelijke BAG-limiet (van 0,5‰) ingevoerd. Voor de selectie van verdachten kreeg de politie de beschikking over chemische blaaspijpjes, terwijl voor de bewijsvoering de bloedproef werd geïntroduceerd. Hierdoor werd de politie voor het eerst in staat gesteld gericht toezicht op alcoholgebruik uit te oefenen. De invoering van de nieuwe wet ging vergezeld van een grootscheepse voorlichtings- en publiciteitscampagne door Veilig Verkeer Nederland.
Effect: Het rijden onder invloed in weekendnachten nam af van 15% begin jaren zeventig tot 12% begin jaren tachtig. Kort na de invoering van de wet was overigens maar 1% onder invloed, doordat bestuurders de pakkans aanvankelijk veel groter inschatten dan ze werkelijk was.
1984
Vanaf het midden van de jaren tachtig zijn de betrekkelijk onbetrouwbare chemische blaaspijpjes geleidelijk vervangen door elektronische ademtesters. De selectie van verdachten kon daardoor sneller, betrouwbaarder en goedkoper worden uitgevoerd.
1985
Geleidelijke overgang van selectieve alcoholtesten door de politie (alleen bij opvallend rijgedrag of andere indicaties van overmatig alcoholgebruik) naar aselecte alcoholcontroles (het testen van grotere aantallen willekeurige automobilisten).1986
Start van vooral op jongeren gerichte voorlichtingscampagnes van Veilig Verkeer Nederland en het ministerie van WVC.Effect: Door de maatregelen in de periode 1984-1986 nam de pakkans aanzienlijk toe en daalde het rijden onder invloed in weekendnachten verder tot 8% in 1987. De daling was het sterkst onder jonge bestuurders, wat wijst op een positief effect van de voorlichtingscampagnes.
1987
Tussen eind 1987 en eind 1989 werd de bloedproef geleidelijk vervangen door ademanalyse voor bewijsdoeleinden. De bewijsvoering tegen verdachten kon daardoor veel sneller en tegen aanzienlijk lagere kosten plaatsvinden, zodat het aselecte politietoezicht kon worden uitgebreid zonder dat de kosten toenamen. Ook de invoering van de ademanalyse voor bewijsdoeleinden ging vergezeld van een uitgebreide voorlichtings- en publiciteitscampagne.
Effect: het aandeel rijders onder invloed nam af van 8% in 1987 tot 6% in 1988 en 1989
1989
Vanaf 1989 is voor overtreders van de wettelijke limiet een zogenaamd ‘lik-op-stuk’-beleid ingevoerd en geleidelijk uitgebreid. Zodra de uitslag van de ademanalyse voor bewijsdoeleinden bekend is, doet de politie een transactievoorstel aan overtreders, aanvankelijk tot 0,8‰, later tot 1,3‰. Het transactievoorstel houdt in, dat de verdachte een acceptgiro met ingevuld boetebedrag ontvangt; bij tijdige betaling hoeft de verdachte niet voor de rechter te verschijnen.1991
Verdere uitbreiding van het lik-op-stuk-beleid van Justitie (ook zwaardere overtreders krijgen onmiddellijk na de ademanalyse voor bewijsdoeleinden een volledig ingevulde dagvaarding voor de rechtszitting, meestal vergezeld van een transactievoorstel).Effect: De invoering van ademanalyse en lik-op-stuk-beleid leidden tot een verdere groei van het aselecte politietoezicht en daarmee tot een vergroting van de pakkans. Het aandeel rijders onder invloed in weekendnachten daalde verder tot 3,9% in 1991. Ook het aanbod van alternatief vervoer (discobussen) heeft waarschijnlijk een positief effect gehad, maar de omvang daarvan is niet bekend.
1992
Verzwaring van de straffen voor rijden onder invloed (onder andere hogere boetes en snellere verplichte invordering van het rijbewijs door de politie).Effect: De strafverzwaring heeft geen meetbaar effect gehad op het rijden onder invloed, dat weer toenam tot 4,9% in 1994. Deze ontwikkeling volgde op een tijdelijke sterke afname van het politietoezicht als gevolg van de grootscheepse reorganisatie van de politie.
1996
Invoering van de EMA: (Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer), die de minister van Verkeer en Waterstaat onder meer de mogelijkheid biedt van rijders onder invloed te vorderen dat zij op eigen kosten deze driedaagse cursus over alcohol en verkeer volgen wel een (bloed)onderzoek naar hun rijgeschiktheid ondergaan.
1999
Invoering van regionale (politie)teams voor de verkeershandhaving en aankondiging van 0,2‰-limiet voor beginnende autobestuurders.
Effect: De administratieve vorderingen en de invoering van regionale handhavingteams hebben tot 2000 geen meetbaar effect op het rijden onder invloed in heel Nederland gehad. Tussen 1995 en 1999 stabiliseerde het rijden onder invloed zich rond de 4,5% in weekendnachten. Sinds 2000 lijkt het aandeel rijders onder invloed licht gedaald te zijn.
Effect: De administratieve vorderingen en de invoering van regionale handhavingteams hebben tot 2000 geen meetbaar effect op het rijden onder invloed in heel Nederland gehad. Tussen 1995 en 1999 stabiliseerde het rijden onder invloed zich rond de 4,5% in weekendnachten. Sinds 2000 lijkt het aandeel rijders onder invloed licht gedaald te zijn.
2003
Als uitbreiding op de EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer) wordt een eerste ontwerp van een alcoholslotprogramma besproken. Een experiment wordt voorgesteld; geselecteerde bestuurders die n.a.v. alcoholgebruik in het verkeer een medisch/psychiatrisch onderzoek hebben ondergaan en daarbij "niet ongeschikt" zijn verklaard, worden verplicht deel te nemen aan een 2-jarig experimenteel alcoholslotprogramma.
2004
Zweden is in Europa het eerste land welke een actief alcoholslot programma invoert. De selectiegrens ligt hierbij op 0,1 promille.2005
In een brief aan de kamer kondigt Minister Peys de invoering van het alcoholprogramma per 2007 aan.Finland volgt Zweden met invoeren van het alcoholslotprogramma. De selectiegrens wordt hierbij gesteld op 0,5 promille.
2006
In Nederland wordt de 0,2 promille grens voor beginnende bestuurders per 01.01.2006 ingevoerd.
Een eerst plan van aanpak Alcoholslotprogramma wordt opgesteld. In een brief aan de kamer kondigt Minister Peys de invoering van het alcoholprogramma per 2009 aan.
2008
Op initiatief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt een demonstratieproject met 80 deelnemers in Friesland gestart. Deelname is op vrijwillige basis.2010
Alcoholslot stap dichterbij invoering. Het wetsvoorstel voor het Alcoholslot Programma wordt op 1 juni 2010 door de Eerste Kamer aangenomen en op 4 juni 2010 tot wet verheven.Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat automobilisten die bij een alcoholcontrole 1,3 promille of meer alcohol in het bloed hebben, vanaf mei 2011 een alcoholslot in de auto krijgen..
Bron: swov.nl,
Foto’s: Dräger Nederland B.V.
2011
Per 1 december is het alcoholslotprogramma - ASP – van start gegaan.
